Interview Kitty Mul met Giep van Werven

KRO Radio, Het Klooster, 8-1-2004


Giep, welkom. Je bent spiritueel therapeut, genezer. Wat is dat?

Wat ik doe met mensen, ik begeleid ze. De manier waarop ik ze begeleid heeft alles te maken met energie. Aangezien ik de energie als het ware uit de kosmos haal, doorgeef, waardoor ik energievelden van mensen kan veranderen en helen, noem ik het spiritueel. Spiritualiteit heeft in feit te maken met het besef van de totaliteit, van de Eenheid. Daar vanuit werk ik.

Dat klinkt me nog allemaal rijkelijk vaag in de oren, zeker met die energie veranderen en zo. Ik wil eerst nog even vragen, voordat we daar verder op doorgaan, naar jouw levensverhaal. Want hoe word je nou spiritueel therapeut, want volgens mij is daar geen opleiding voor.

Ja, ik geloof dat er wel een opleiding is, maar uiteindelijk is voor wat ik doe geen opleiding. Van kinds af aan zag en voelde ik andere dingen dan de mensen in mijn omgeving.

Hoe merkte je dat?

Door de dingen die ik zag. Ik merkte dat anderen die dingen niet zagen. In mijn jeugd was dat nogal lastig omdat ik me steeds moest aanpassen aan wat anderen als normaal beschouwden.

Wat zag je dan. Heb je een voorbeeld?

Vroeger bij ons thuis was er een tante die werd beschouwd als een zeer vriendelijk mens. Je moet je proberen voor te stellen dat ik als ik iemand zie als het ware door iemand heenkijk. Ik doe daar verder niets mee, maar ik kan dat.Dus nu zie je bijvoorbeeld bij mij allemaal dingen waarvan ik niet weet dat jij ze kunt zien? Ja, zo kun je dat zeggen. Als ik jou zie weet ik wie je bent. Dat wist ik dus ook van die tante en ik reageerde op wat ik zag. Maar mijn reactie week af van wat men normaal vond en de manier waarop men met die tante omging. Als ik dan zei ´dat kun je toch zien´ dan zeiden ze ´wij zien niks´, dus dat had ik al hele vroeg. Ook de dingen anders voelen, anders beseffen. Dat heeft in mijn jeugd dus al gespeeld. Ik heb dat heel ver weg gestopt want ik kon er niet zoveel mee.Maakte het je eenzaam? Ja, dat maakt je enorm eenzaam. Met name de pubertijd is voor mij een hele moeilijke tijd geweest omdat ik me absoluut niet begrepen voelde. Ik voelde ook geen aansluiting. Ik begreep de wereld niet en de wereld begreep mij niet, denk ik. Ik denk dat je het zo het beste kunt omschrijven. Althans in die tijd was dat zo. Later is dat beter gegaan, in die zin dat ik ouder werd en ben gaan studeren. Ik ging mijn eigen dingen doen, hoewel ik continue het gevoel bleef houden dat ik eigenlijk in het verkeerde stripverhaal zat.

Het verkeerde stripverhaal?

Ja, ik voelde me als Asterix of Obelix in Lucky Luck. Dat voelde niet prettig. En nogmaals, ik paste me wel aan omdat ik kon zien hoe mensen dingen deden en waarom ze dat deden, maar dat wilde niet zeggen dat ik mijzelf daarin kon herkennen. Nou, om een lang verhaal kort te maken

…Wat ben je gaan studeren, trouwens?

Een aantal dingen. Landbouw, ik heb een tijdje economie gestudeerd en ik heb uiteindelijk ook nog bouwkunde gedaan. Dus ik heb totaal verschillende studies gedaan. Dat proces van in een wereld leven die je eigenlijk niet begrijpt of waarvan je het gevoel hebt dat ze jou niet begrijpen en de eenzaamheid die daarbij hoort, heeft er uiteindelijk toe geleid dat ik op 34 jarige leeftijd klaar was, ik was het zat. Ik had het allemaal meegemaakt, ik had het begrepen en gezien, over, sluiten maar. Ik wilde terug, ik wilde naar huis.

Je maakte een eind aan je leven?

Ja.

Je zegt ´ik wilde naar huis´?

Ja, omdat voor mij de wereld waar ik vandaan kom – laat ik het zo maar even uitleggen - voor mij zo natuurlijk was, dat ik een enorm verlangen naar huis had.

Maar wist je dan waar je vandaan komt?

Ja. Dat wist ik op zich nog niet zozeer in de kleuren en de ruimtes, maar ik wist het wel. Het was een heel diep weten. Ik heb aan dat hele verhaal een bijna-dood-ervaring overgehouden, waarin ik daadwerkelijk thuiskwam in de sfeer die ik kende.

Kun je het beschrijven?

Nee, ik kan dat niet beschrijven want daar is een licht dat hier niet is. Het is heel ruim. Daar aangekomen – echt met het gevoel van goh, hè hè, eindelijk, of zo – kreeg ik een film te zien van mijn leven tot op dat moment. Dat is een wonderlijke ervaring want je zit op een driedimensionaal scherm naar je eigen leven te kijken. Daarna kreeg ik het beeld wat ik eigenlijk had moeten doen, waarom ik naar de aarde was gekomen. Dat was een beeld van ´hé, je bent niet zomaar naar de aarde toegekomen, je hebt daar een aantal dingen te doen´. Laten we het maar een opdracht noemen. Je zou kunnen zeggen dat ik de opdracht even niet goed had begrepen.

Wat was je opdracht?

Dat is hij nog steeds. Het begeleiden van mensen, of van de mens in het algemeen, naar hun eigen kern. Mensen de mogelijkheid bieden dat ze kunnen gaan leven vanuit hun eigen wezen en aard, hun eigenheid, vanuit hun blauwdruk. Toen ik dat had gezien kreeg ik de keus ´wat ga je doen?´. Dat was een vrije keus. Dat klinkt misschien wat wonderlijk. De keus moge duidelijk zijn, anders zat ik hier nu niet tegenover je.

Dus je had ook de keus in die sfeer te blijven, in je thuishaven?

Jazeker.

En waarom ging je toch terug?

Omdat ik begreep wat ik moest doen. Het was mij helder en daar kon ik niet omheen.Na die ervaring kom je weer terug op aarde. Hoe is dat dan? Dat is heel lastig en verwarrend omdat ik nog helemaal leefde in de sfeer waaruit ik terug was gekomen. Ik heb een jaar nodig gehad om weer een beetje te aarden.

Was je blij dat je leefde?

Ja op dat moment wel, want ik had de keus gemaakt. Ik weet nog dat ik in het ziekenhuis bijkwam en een broeder aan mij vroeg wat ik ervan vond dat ik weer opgeknapt werd. Ik weet nog dat ik vroeg, bij het cynische af, zo helder was ik ´Wie betaalt jou?´ Toen zei hij ´de directeur van het ziekenhuis´. Ik zei toen ´dan moet je met dit soort domme vragen daar naartoe gaan en mij er niet mee lastig vallen´. Dat is natuurlijk waanzin. Maar zo was het eigenlijk al geïntegreerd; natuurlijk was ik blij dat ik terug was, want dat was de keus geweest. Het was voor mij ook heel normaal. En toch zeg je ´ik had een jaar nodig om weer bij te komen´.

Wat gebeurt er dan in zo´n jaar?

In dat jaar heb ik niet deelgenomen aan het arbeidsproces. Ik heb heel veel gefietst, ik ben veel op de racefiets weggeweest. De inzichten die ik had moesten ook nog integreren in mijzelf.

Was je gelukkig in die tijd?

Ja, ik was heel gelukkig. In die tijd ook omdat ik het diepe besef kreeg van waarom ik hier was, nog los van wat ik moest doen. De puzzelstukjes vielen op hun plek. Dat is de beste uitdrukking daarvoor. Dat maakte mij gelukkig, hoewel het ook verwarrend was want ik begon aan een totaal andere fase in mijn leven.

Hoe is je weg verder gegaan?

Na dat jaar ben ik weer aan het werk gegaan, maar dat ging wringen. Want ik moest in de aardse werkelijkheid met de beide benen, met de voeten op de grond dat nieuwe dat ik in mezelf had ervaren in praktijk brengen. Toen moest ik een keus maken van ´hoe pak ik dit nu aan?´ Ik heb toen de keus gemaakt om als het ware een tijd in stilte te leven. Ik heb drie maanden in een hut in het bos doorgebracht. Die drie maanden hebben mij het besef van de overgave gebracht. Want nogmaals, alles wat ik hogere sferen had meegemaakt hetgeen voor mij zo helder was als glas en ook zo logisch als maar kan, moest nog wel in de aardse werkelijkheid worden vertaald. Daar ben ik gekomen tot mijn eigen overgave. Dat is een overgave die het diepe besef gaf dat ik alleen maar kon volgen.

Wie volgde je dan?

Nou, dat zeg ik. Ten eerste kwam ik tot de overgave. Dat was een proces op zich want dat gaat door alles heen. Daarmee laat je je identiteit los. Daarmee ga je door je angst en je eenzaamheid heen. Om het in christelijke termen neer te zetten: daarmee ontmoet je ook God. Je komt in een immens contact met je eigen bron. Dat geeft je ook het besef dat jij het niet kunt bepalen; je moet wel je eigen keuzes maken, je moet je eigen weg lopen, je hebt je eigen verantwoordelijkheden, maar je kunt alleen maar volgen wat IS. De bron IS.

Je zegt overgave en dat je door van alles heen moest. Hoe gaat dat dan? Wat kom je dan tegen?

De apotheose in mijn verhaal is, ik heb een nacht meegemaakt waarin ik zo bang en tegelijkertijd boos was. Ik heb staan schreeuwen en schelden en huilen en tieren. Ik ben tekeer gegaan in mijn eentje in dat bos. Op een gegeven moment werd ik zo bang dat ik een gat in de grond heb gegraven en daarin ben gaan zitten. Je komt als het ware los van alles. Je gaat door je angst heen. Ik kan dat niet uitleggen, ik kan het je vertellen maar je moet het ervaren om het zelf te kunnen navoelen. Je gaat door de eenzaamheid heen, je gaat het besef krijgen van ´dit ben ik en ik ben verbonden met …´. Oud testamentisch zou ik zeggen Jakob in gevecht met de Engel. Daarna kom je in een zo diep besef van Eenheid waar elk belang van jezelf, elke vorm van jezelf wegvalt. Het is ontdaan van alle duale dingen, eigenlijk.

En van je ego?

Absoluut van je ego.

Als je nou bewust bent, is dat dan ongeveer hetzelfde als wat Boeddha heeft meegemaakt onder de bodhi-boom? Dat hij opeens inzicht had, verlicht was?

Nou, bewust omschrijf ik als volgt. Bewust zijn is besef hebben van de Eenheid binnen de kosmos. Alles is verbonden binnen de Eenheid en daar vanuit handelen. Boeddha was uiteraard een bewuste. Jezus ook en Lao Tze en zo zijn er meer, ook Osho. Je kunt er een aantal opnoemen. Maar je moet nooit gaan vergelijken, want naast het feit dat iemand bewust is heeft hij ook zijn eigen blauwdruk, zijn eigen wezen en aard. En zijn eigen invalshoek. Ik kan alleen maar iets vertellen vanuit mijzelf. En ik kan het ook alleen maar doen en vertellen op mijn manier. Dat maakt mij ´mij´. Daar is geen vergelijk. Maar evenzeer ben jij niet te vergelijken met iemand anders. Ik ken niemand die zo is als jij. Ik ken niemand die te vergelijken is met iemand anders. Daar ligt trouwens voor de meeste mensen het grote probleem. Wij willen altijd vergelijken omdat we denken dat wanneer we niet vergelijken we geen identiteit meer hebben. Maar ik zou haast willen zeggen ´vergelijken is de dood in de pot´. Als ik vergelijk dan zijn er maar twee mogelijkheden: of ik ben beter of ik ben slechter. En ik ontdoe mezelf in feite van mijn eigenheid en ik ontdoe de ander van zijn eigenheid. Als we dat nou eens zouden laten. Dan zou de wereld er al een stukje anders uitzien.

Als je bewust bent, ben je dan altijd gelukkig?

Dan moet je eerst omschrijven wat dat is. Je bent wel altijd vreugdevol. Ik ervaar elke dag vreugde. Dat is niet omdat ik iets gewonnen heb of omdat ik iets heb gekregen, of omdat de zon schijnt, nee ik ervaar de vreugde van het Zijn. Dat wil niet zeggen dat elke dag hetzelfde is. Zijn er dagen dat ik chagrijnig ben? Jazeker. Kan ik boos worden? Jazeker. Kan ik ongeduldig zijn? Jazeker. Maar ik laat me niet meeslepen en ik ervaar elke dag de vreugde. Anders zou ik mijn werk ook niet kunnen doen. Je moet je proberen voor te stellen dat ik lange dagen maak. Ik begin ´s morgens om half negen en ben pas om tien uur ´s avonds klaar. Ik zie een heleboel mensen langskomen. Als ik dat niet vanuit de vreugde zou kunnen doen dan was ik een chagrijnig mens. Daar schiet niemand wat mee op. Ik kan de vreugde ook niet spelen. Binnen dat kader ben ik een gelukkig mens.

Maar je hebt wel verdriet als er iets naars gebeurt? Of wordt dat ook in een ander kader gezet?

Ja, dat zit wel in een ander kader. Ik kan ontroerd zijn, ik kan aangeraakt worden, jazeker, maar dat komt niet voort uit de emotie. Als iemand overlijdt die mij dierbaar is dan kan ik het gemis voelen. Dat kan pijn doen, absoluut. Maar om het overlijden op zich zal ik geen verdriet hebben, omdat leven en dood bij elkaar horen en als iemand de reis naar huis terug maakt, ben ik daar niet verdrietig om. Ik wens hem een geweldige reis. Ik kan hem wel missen. Ik kan in mijn dagelijkse bestaan iemand die mij dierbaar is missen. Maar dat is dan van mij. Dus als je bewust bent kun je misschien zeggen dat je ieder moment accepteert zoals het is. Ja, want er is niets anders. Alles is zoals het is. Dat is misschien wel heel fundamenteel. Ik probeer de dingen ook niet naar mijn hand te zetten. Dat bedoel ik ook met volgen. Ik hoef de dingen niet naar mijn hand te zetten, dat is helemaal niet aan de orde. Waarom zou ik dat willen? Daar is geen enkele reden voor. Ik accepteer dat het is zoals het is en ik verhoud me tot wat IS. Dus een zonnige dag is prachtig maar een regenachtige dag is even mooi.

Nu even over je werk. Je bent spiritueel genezer. Je bent zelf door alles heengegaan, je bent op een gegeven moment een praktijk begonnen. Wat doe je?

Wat ik doe is iemand zodanig begeleiden dat hij als het ware vanuit zijn hoofd – want onze grootste vijand woont in ons hoofd; ons hoofd bedenkt van alles, alle gedachten en alles wat daar bijkomt - laat zakken naar zijn buik, omdat je in je buik kunt voelen. En vanuit het gevoel, dat is voorbij de emotie, gaat iemand zijn authentieke ´zijn´ oppakken, zijn eigen dingen doen. Dus stel, jij komt binnen en je zit niet lekker in je vel, je hebt het moeilijk op je werk of thuis, welke aanleiding er ook maar moge zijn, dan zal ik proberen je zodanig zicht te geven op de manier waarop je met je leven omgaat, de manier waarop je de dingen doet, want daar zitten patronen in die je als een soort routine elke keer herhaalt. Op het moment dat je dat in de gaten gaat krijgen, en dat moet ik je laten ervaren, want ik kan het je wel vertellen maar dan gaat het in je hoofd zitten en dan krijg je er nog een probleem bij, dan ….

Dus als ik bijvoorbeeld vaak onzeker ben, bang om fouten te maken, dan weet ik dat. Maar jij zegt dat is een patroon, dat heb ik ooit geleerd in mijn jeugd en dat herhaal ik dan?

Er zit in jouw hele samenstelling een stuk onzekerheid. Als dat steeds wordt aangeraakt, ga je daar op een bepaalde manier op reageren. Als die reactie zo overheersend wordt dan is onzekerheid een soort handelsmerk van je geworden. Als ik tegen jou zeg ´Moet je eens luisteren, Kitty, je bent onzeker´ dan kun je misschien zeggen ´Ja, dat klopt´ maar je kunt er verder niets mee. Maar als ik je laat ervaren dat je die onzekerheid niet meer nodig hebt omdat onder die onzekerheid je eigen basis ligt, dan ben je ook in staat die onzekerheid los te laten. Niet omdat iemand jou dat vertelt of omdat je een trucje leert, maar omdat jij besef krijgt dat je de onzekerheid niet meer nodig hebt. Dat maakt dat je anders in het leven gaat staan. Dat geldt voor alle dingen die je daarin tegenkomt. Uiteindelijk ga je leven naar wat je ten diepste in jezelf bent. Je gaat leven vanuit je gevoel, en dat is een totaal ander leven dan wanneer je dat doet volgens hetgeen je bedacht hebt in je hoofd of wat anderen in je hoofd hebben gestopt. Het grote verschil zit ´m denk ik hierin: Je kunt in je hoofd wel denken dat je niet onzeker bent - je kunt iemand programmeren wat dat betreft - dan zal je je anders gaan gedragen, maar dat wil niet zeggen dat er in de basis iets is veranderd. Het gaat mij om de basis.

Maar hoe doe je dat dan, iemand dat laten ervaren?

Dat doe ik door middel van energieoverdracht, want dat is heel fundamenteel. Als ik een mens zie, zie ik feite drie elementen. Ik zie een voertuig, het lichaam, ik zie een bestuurder, de geest, ik zie een passagier, de ziel. Waar het nu om gaat is dat dit mens in het voertuig is gaan zitten, er zit een bestuurder achter het stuur en de passagier heeft de bestemming opgegeven. Er is één groot probleem: de meeste bestuurders zijn dronken. Die rijden wel door de stad maar weten niet waar ze heen gaan. Die hebben eigenlijk al geen weet meer van het feit dat er nog een passagier op de achterbank zit. Wat ik nu ga doen is ervoor zorgen dat de bestuurder nuchter wordt zodat hij gaat luisteren naar de passagier. Dat doe ik door middel van energieoverdracht. Ik kan het hem niet vertellen, dus ik moet het laten voelen. Dat kan ik niet uitleggen. Ik kan je vertellen wat ik doe. Ik kan zeggen dat ik de frequentie van het energieveld verander maar ik kan het niet uitleggen.

Je doet op dit moment met je handen iets voor …

Ja, ik knip wat met mijn vingers, zo gaat dat.

Wat gebeurt er dan met mensen als ze gaan voelen?

De beleving van die mensen verandert. Ze gaan ervaren wie ze zelf zijn. Welke bron ze hebben. Dat gaan ze voelen. Dat betekent dat ze voorbij gaan aan de bedachte dingen. Die bedachte dingen, zelf bedacht of vanuit hun omgeving, gaan ze loslaten. Dat verandert mensen. Het is een veranderingsproces. Wat op zich lastig is, want je komt ook altijd de verwarring tegen. Je kunt je voorstellen dat wanneer je altijd rechtsom bent gelopen en je dat nu niet meer doet, je een stap in het onbekende zet. Dat roept angst op en het is verwarrend, ook voor je omgeving want je reageert anders.

Je noemt angst. Dat is een heel belangrijk woord, hè? Dat we niet bij onszelf durven zijn, heeft met angst te maken. Hoe kunnen nou met die angst omgaan?

Nou, angst heeft natuurlijk ook een functie. Ieder mens kent angst, er is geen mens zonder angst. Die angst behoedt ons ook voor een aantal dingen, alleen als de angst de overhand krijgt dan wordt die de koning en daarmee worden wij de lijfeigenen. Dat is ontzettend jammer. Als je angst als voorbeeld neemt dan gaat het erom dat je je angst onder ogen durft te zien. Daarmee transformeer je die angst tot moed. Moed wil niet zeggen dat je geen angst kent, want dat doe je wel degelijk, maar je durft hem onder ogen te zien. In feite zijn er in theorie vijf stappen die maken dat je daar los van kunt komen. De belangrijkste is dat je eerlijk bent tegen jezelf. Dat wil zeggen dat je jezelf beschouwt en beziet zonder enig oordeel, zonder censuur. Alles is in de mens aanwezig dus durf het dan ook allemaal toe te laten, anders mis je een deel. Dat is zonde.

Waarom is het nou zo belangrijk dat mensen inderdaad zichzelf worden?

Omdat dat de opdracht is die ieder mens in zich heeft meegenomen in zijn eigen samenstelling. Omdat in ieder mens de kern aanwezig is om te komen tot zijn eigen heelheid.

Nou heb je een boek geschreven `Een korreltje vertrouwen en een halve gram moed´, een voettocht op weg naar het niets. Daarin zeg je dat heel veel mensen eigenlijk machines zijn.

Heel veel mensen zitten zo vast in hun patronen, de gedachtencirkels; alleen al het feit dat je gaat bedenken hoe je zou moeten voldoen aan de omstandigheden, de mensheid, de maatschappij, je kennissen, je vader en moeder, daar zitten veel patronen in. En die patronen worden op een gegeven moment zo doorslaggevend dat het een vorm van routinematige arbeid wordt. Je moet eens gaan kijken. Als het weer een beetje lekker weer wordt, ga dan eens in Amsterdam op een terrasje zitten en kijken hoe mensen door de straat lopen. Dan zie je mensen lopen zonder dat zij weten dat ze lopen. Dat is fascinerend om te zien. Omdat ze feite al helemaal niet meer aanwezig zijn.

Waar zijn ze dan als ze niet aanwezig zijn?

Ze kunnen overal zijn. Ze kunnen in straks zijn, in toen, maar zijn niet in het nu. Ze zijn aan het dagdromen, vul maar in. Ze zijn er niet. En dat bedoel ik met mechanisch. Ik zeg dat trouwens zonder enig oordeel, hoor, laat dat helder zijn. Ik heb daar geen enkel oordeel op. Maar het is een mechanisch bestaan. Wie is nog in staat om ´s morgens vroeg wakker te worden, uit zijn bed te stappen, te beseffen dat hij de eerste dag gaat beleven, want de dagen die hij heeft gehad zijn al lang weg en de dagen die nog moeten komen zijn er niet, en zijn dag in vreugde te beginnen? De meeste mensen staan ´s morgens op en denken ´O ja, straks moet ik zus, en zo´ en voor je het weet hebben ze in vijf minuten de hele dag al beleefd. Er is geen verwondering meer. Men ziet niks meer. We gaan alleen nog maar invullen hoe we denken dat het zal zijn. De meeste mensen leven het leven als een ontdekkingsreis waarvoor ze een programma hebben opgevraagd bij het reisbureau. Op het moment dat ze op ontdekkingsreis zijn, gaan ze vergelijken of het past in het programma. Of het klopt met het programma dat ze hebben opgevraagd. Als het niet klopt, worden ze boos. Terwijl ik zeg ´Leef het leven nou zoals het op je afkomt´. Beleef het, in plaats van het te overleven.

Als jij mensen begeleidt, dan probeer je ze in dat nu te krijgen

…Er is alleen maar nu. Alleen maar nu, alleen maar nu.

Wat haalt ons uit het nu?

Dat is met name het verlangen naar een andere situatie. Als we in het toen blijven hangen dan doen we dat omdat we terugkijken op de goede oude tijd of boete, spijt en schuld hebben, of als we naar de toekomst kijken dan zijn we nieuwsgierig naar wat er komen gaat of we zijn bang en gaan ons zorgen zitten maken en piekeren. Dit haalt ons uit het nu, en als ik er nu niet ben … Ik ben nu met jou aan het praten maar stel dat ik met mijn gedachten niet hier ben dan zit jij tegen een omhulsel aan te kijken. Het gaat dus alleen om nu. En als ik het nu niet kan, waarom zou ik het dan straks wel kunnen? Nu, alleen maar nu.

Het vorig uur ging over bidden. Bid jij wel eens?

Ja, maar ik zou het alleen geen bidden noemen omdat ik niet specifiek bid tot een bepaald beeld, maar ik mediteer en ik denk dat het allerbelangrijkste wat ik daarin ervaar is het begrip dankbaarheid. Dankbaar, niet omdat ik iets heb of heb gekregen, maar dankbaar om het ´zijn´, de totaliteit. Ik moet je zeggen, dat doe ik elke dag. Ik leef en werk ook elke dag vanuit die meditatie.

Zou je een kaarsje willen opsteken?

Ja, dat wil ik wel doen.Ik heb er al eentje op tafel klaargezet, en lucifers neergelegd.

Voor wie of voor wat wil jij dit kaarsje opsteken?

Ik steek een kaars op voor de hele wereld. Dat het licht van het bestaan mag schijnen waardoor er af en toe best schaduwplekken zichtbaar zullen worden, maar uiteindelijk zal het licht overwinnen.

 

Terug naar Interviews